De Belgische btw-regels voor de horecasector zijn allesbehalve eenvoudig. Afhankelijk van het soort product, de manier van verkoop en de plaats van consumptie gelden verschillende btw tarieven: 6%, 12% of 21%. Vanaf 1 maart 2026 komt daarbovenop een belangrijke hervorming van de tarieven, voortvloeiend uit het federale begrotingsakkoord. Hieronder vind je een overzicht van de huidige situatie én de geplande wijzigingen.
1. Consumptie ter plaatse: huidige btw-tarieven
Wanneer een klant iets eet of drinkt in jouw zaak, lever je een restaurant- of cateringdienst. De fiscus beschouwt dit als een dienst, ongeacht hoe beperkt de bijkomende service is. Zelfs een foodtruck met twee statafeljes kwalificeert als “ter plaatse consumptie”.
| Product/dienst | Tarief | Voorbeelden |
| Bereide gerechten | 12% | Steak, pasta, broodje, ijscoupe, tapas, salade |
| Kant-en-klare snacks (zonder bereiding) | 21% | Chips, snoepreep, koeken, proteïnebar, worstjes |
| Alle dranken | 21% | Frisdrank, koffie, bier, wijn, cocktails, smoothies |
Menu’s en arrangementen
Bied je een menu aan met een totaalprijs voor spijs én drank? Dan moet je uitsplitsen: 12% op het spijsgedeelte en 21% op het drankgedeelte. Doe je dit niet, dan is de volledige prijs onderworpen aan 21% BTW.
2. Take-away en levering: verlaagd tarief
Bij afhaalmaaltijden of leveringen zonder bijkomende diensten (zoals bediening aan tafel of een buffetopstelling) geldt in principe het verlaagde tarief van 6%. Dit geldt ongeacht of de maaltijd warm of koud is, ter plaatse bereid of voorverpakt.
Huidige regels:
Bereide gerechten, dranken en snacks zonder extra dienst vallen onder het verlaagde BTW‑tarief van 6%. Alcoholische dranken worden daarentegen altijd aan 21% belast, ook wanneer ze worden afgehaald. Voor onverwerkte luxevoeding, zoals kreeft, kaviaar, krab, oesters en truffel, geldt eveneens het tarief van 21%.
3. Begrotingsakkoord: wat verandert er vanaf 1 maart 2026?
Het federale begrotingsakkoord van november 2025 brengt belangrijke wijzigingen voor de horecasector. De maatregelen treden in werking op 1 maart 2026 (oorspronkelijk voorzien voor 1 januari, maar uitgesteld om sectoren meer voorbereidingstijd te geven), onder voorbehoud van parlementaire goedkeuring.
| Product/dienst | Huidig | Vanaf 01/03/2026 | Verandering |
| Take-away maaltijden | 6% | 12% | +6% |
| Niet-alcoholische dranken ter plaatse | 21% | 12% | -9% |
| Logies | 6% | 12% | +6% |
| Alcoholische dranken | 21% | 21% | geen wijziging |
| Bereide gerechten ter plaatse | 12% | 12% | geen wijziging |
Opgelet: uitstel tot 1 maart 2026 – géén uitzonderingen
De BTW-verhogingen zijn uitgesteld van 1 januari naar 1 maart 2026 om de sectoren meer voorbereidingstijd te geven. Er komen geen uitzonderingen: ook pretparken (zoals Pairi Daiza), kant-en-klare supermarktmaaltijden en traiteurproducten vallen onder de verhoging van take-away naar 12%.
“Takeaway is takeaway en die ga je overal op dezelfde manier moeten behandelen.” – Vice-eersteminister Frank Vandenbroucke (Vooruit), 12 december 2025
4. Geregistreerde Kassa (GKS): verplichtingen
Horecazaken zijn verplicht een geregistreerd kassasysteem (GKS) te gebruiken zodra de jaaromzet uit restaurant- en cateringdiensten (exclusief dranken) de drempel van € 25.000 overschrijdt.
Belangrijkste verplichtingen:
Wanneer de jaarlijkse omzet uit maaltijden de drempel van €25.000 overschrijdt, moet een GKS‑systeem (de witte kassa) worden gebruikt. Vanaf het allereerste bereide gerecht moeten bovendien BTW‑bonnetjes worden uitgereikt, die dienen als back‑up wanneer het GKS tijdelijk defect is. De dagontvangsten moeten nauwkeurig per tariefcode (A/B/C) worden geregistreerd, terwijl een correct bijgehouden kasboek verplicht blijft. Daarnaast moeten Z‑totalen, betaalterminalgegevens en reservaties zorgvuldig worden bewaard. Voor foodtrucks en marktkramen is ten slotte een ambulante handelkaart vereist.
GKS 2.0 (vanaf 1 juli 2025)
Digitale btw‑tickets worden voortaan volledig toegestaan, waardoor papieren tickets niet langer verplicht zijn. Tegelijk verdwijnt de VAT Signing Card (VSC), aangezien de communicatie met de FOD Financiën voortaan via de cloud verloopt. Bij elke upgrade van het kassasysteem wordt een nieuwe FDM (Fiscal Data Module) verplicht. Voor nieuwe zaken geldt deze modernisering vanaf 1 juli 2025, met een tolerantieperiode tot 1 januari 2026. Bestaande systemen krijgen meer tijd en kunnen overstappen tot uiterlijk 1 januari 2028.
5. Horecadiensten in het buitenland
Voor opdrachten in andere landen gelden specifieke btw-regels. Het onderscheid tussen bereiding, catering en levering is hierbij cruciaal.
| Dienst | B2B | B2C |
| Enkel bereiding (ingrediënten klant) | Btw verlegd | OSS mogelijk |
| Catering (eigen ingrediënten of bediening) | Lokale btw-registratie verplicht | Lokale btw-registratie verplicht |
| Enkel levering | Btw verlegd | OSS mogelijk |
Restaurant- en cateringdiensten vallen BUITEN de OSS-regeling
Zodra je ter plaatse bereidt of bedient, is de OSS-aangifte niet toegestaan. Je bent dan verplicht een lokaal BTW-nummer aan te vragen in het land van uitvoering. Dit brengt extra administratieve kosten met zich mee (buitenlandse boekhouder). Hou hier rekening mee in je prijsberekening.
Tip: VAT Refund procedure
Buitenlandse BTW op aankopen kun je terugvorderen via de VAT Refund procedure in Intervat (uiterlijk 30 september van het volgende jaar). Zorg steeds voor facturen met je Belgische BTW-nummer – een kassaticket volstaat vaak niet.
6. Praktische aandachtspunten
Wanneer je twijfelt over het juiste BTW‑tarief, pas je best standaard het hoogste tarief toe. Zo vermijd je achteraf discussies of verwijten dat er te weinig BTW werd afgedragen. Als een kasticket niet correct is uitgesplitst, houdt de fiscus bovendien automatisch rekening met 21% op alle goederen. Werk je aan een buitenlandse opdracht, dan is het verstandig om in je bestelbon en factuurvoorwaarden duidelijk te vermelden dat jij niet verantwoordelijk bent voor eventuele verschillen of mismatches in BTW‑tarieven. Bij een defect aan het GKS gebruik je BTW‑bonnetjes als back‑up en meld je het probleem tijdig aan de FOD Financiën. Tot slot hoeft buitenlandse omzet niet verplicht in het GKS opgenomen te worden, al mag dat wel vrijwillig, op voorwaarde dat deze omzet duidelijk onderscheiden wordt.
Dit artikel werd opgesteld met ondersteuning van geavanceerde AI-technologie. De juridische inhoud is geverifieerd tegen officiële Belgische fiscale bronnen:
Hulp nodig of vragen? Neem vrijblijvend contact op met ons.
Acfibota | Accountants & Tax Advisors


